Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 48 Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5814.

3.5 De onderdelen bevatten voorts de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de stelling van [eiser] dat met vraag 8 slechts naar strafrechtelijke veroordelingen wordt gevraagd, niet alleen naar de letter van de tekst onjuist is doch ook dat [eiser] de vraag - redelijkerwijze - niet aldus heeft kunnen en mogen verstaan, en wel omdat, nu deze vraag "in het geheel niet voor een ieder duidelijk" is, de negatieve consequenties die een - achteraf beschouwd - onjuiste beantwoording van de desbetreffende vraag voor de betrokkene heeft, niet voor rekening van de betrokken verzekeringnemer mogen worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6, en de alinea staat in dat document op bytes 11830 tot 12467.