Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 49 Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5814.

In de hiervoor onder 3.3 weergegeven overwegingen ligt besloten dat [eiser] naar het oordeel van het Hof vraag 8, gelet ook op de bewoordingen daarvan, redelijkerwijs niet aldus had mogen opvatten dat uitsluitend werd gevraagd naar strafrechtelijke veroordelingen, maar had moeten begrijpen dat deze vraag een ruimere strekking had, en dat hij dus melding had moeten maken van de hiervoor in 3.1 onder (i) vermelde feiten ook al hadden die nog niet geresulteerd in een strafrechtelijke veroordeling. De juistheid van die gedachtengang kan in cassatie niet worden getoetst nu het hier in hoofdzaak gaat om aan de rechter die over de feiten oordeelt, voorbehouden vragen van uitleg van het aanvraagformulier. Het desbetreffende oordeel van het Hof is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De klacht faalt derhalve eveneens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6, en de alinea staat in dat document op bytes 12475 tot 13327.