Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 52 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5814.
3.7 In rov. 4.4 heeft het Hof geoordeeld dat het beroep van [eiser] op het vermoeden van onschuld hem niet ontslaat van zijn verplichting om het vragenformulier van L&L juist en naar waarheid in te vullen. Het Hof vervolgt: "Dit wordt niet anders doordat in het tegen hem gerichte en ten tijde van het invullen van het formulier geopende gerechtelijk vooronderzoek is uitgegaan van zijn onschuld - in de strafzaak - tot het tegendeel bewezen is."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6, en de alinea staat in dat document op bytes 14288 tot 14751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6 | shasum -a 256