Citaat | Hoge Raad 25 januari 2002

Alinea 44 Hoge Raad 25 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6085.

3.3 De onderdelen zijn gericht tegen het voormelde oordeel van het Hof. Dienaangaande geldt het volgende. Ingevolge het eerste lid van art. 3:317 BW wordt de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Deze omschrijving van de schriftelijke mededeling moet worden begrepen in het licht van de strekking van een stuitingshandeling van deze aard, welke neerkomt op een - voldoende duidelijke - waarschuwing aan de schuldenaar dat hij er, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening mee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering behoorlijk kan verweren (HR 14 februari 1997, nr. 16144, NJ 1997, 244 en HR 1 december 2000, nr. C 98/301, NJ 2001, 46). Tegen de achtergrond hiervan laten de hiervoor in 3.1 onder (iii) en (iv) vermelde, door ING aan [verweerder] gezonden, brieven, in onderling verband en samenhang beschouwd, geen andere uitleg toe dan dat [verweerder] daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs de betekenis heeft moeten toekennen van een mededeling in de zin van art. 3:317. De onderdelen zijn derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebaef51dc27dd8f7306aa65b1de30bdc3932a31e350de3f1c8eed4e9dee6b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebaef51dc27dd8f7306aa65b1de30bdc3932a31e350de3f1c8eed4e9dee6b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 10868 tot 12239.