Citaat | Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 56 Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6093.
4. Beoordeling van het middel in het principale beroep 4.1 Onderdeel 1 klaagt - onder verwijzing naar het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 25 juni 1965, nr. 9843, NJ 1966, 116 - dat het Hof, door in rov. 6 van zijn eindarrest te overwegen als hiervoor onder 3.3 is vermeld, heeft miskend dat auteursrecht op geschriften zonder eigen of persoonlijk karakter blijkens de parlementaire geschiedenis in de wet is opgenomen in aansluiting aan het onder de vroegere wetgeving bestaande copy-recht, dat tegen het nadrukken van drukwerken bescherming verleende; dat uit die geschiedenis kan worden afgeleid dat de strekking van het auteursrecht te dezen is om uitsluitend aan de maker van het geschrift het voordeel van het openbaar maken ervan te doen toekomen en dat in overeenstemming hiermee valt aan te nemen dat de wet op geschriften zonder eigen of persoonlijk karakter slechts dan auteursrecht verleent, indien zij zijn openbaar gemaakt of zijn bestemd om openbaar gemaakt te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df8a21add59f5c9796d676c8e478b9e6ccca42d0f8ca766f98845a70197f0259. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df8a21add59f5c9796d676c8e478b9e6ccca42d0f8ca766f98845a70197f0259, en de alinea staat in dat document op bytes 16484 tot 17496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df8a21add59f5c9796d676c8e478b9e6ccca42d0f8ca766f98845a70197f0259 | shasum -a 256