Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 20 Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6205.
3.2. Het gaat in deze zaak om een verdachte ten laste van wie overeenkomstig de op art. 243 en art. 247 Sr toegesneden tenlastelegging is bewezenverklaard dat hij in de periode van 1 december 1991 tot 21 maart 1997 ten aanzien van [het slachtoffer] handelingen heeft gepleegd die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, onderscheidenlijk een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, een en ander telkens "terwijl hij wist dat [dat slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens leed dat [dat slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden". Die laatste zinsnede behelst een in de delictsomschrijvingen van de genoemde artikelen voorkomend bestanddeel dat daarin is ingevoegd bij Wet van 9 oktober 1991, Stb. 1991, 519, hierna: de Wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab9d45a04a1bebf63634b5ca8eaf7becd9df11cd255590fc702b19772ed02bab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab9d45a04a1bebf63634b5ca8eaf7becd9df11cd255590fc702b19772ed02bab, en de alinea staat in dat document op bytes 7765 tot 8653.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab9d45a04a1bebf63634b5ca8eaf7becd9df11cd255590fc702b19772ed02bab | shasum -a 256