Citaat | Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 33 Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6225.
De raadsvrouwe van de verdachte heeft ten aanzien van het uiterst subsidiair tenlastegelegde - kort samengevat - als verweer gevoerd dat, nu overleden personen noch als "personen" noch als "goederen" in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden gekwalificeerd en in de onder-havige zaak niet kan worden vastgesteld of het slachtoffer [betrokkene] ten tijde van de aan de verdachte tenlastegelegde openlijke geweldpleging nog leefde, reeds op die grond geen veroordeling terzake van dit misdrijf kan volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9440e9f210c5b08b176af0b486ba2084367da2e50c8da6a7fe85ee169b3e9053. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9440e9f210c5b08b176af0b486ba2084367da2e50c8da6a7fe85ee169b3e9053, en de alinea staat in dat document op bytes 9936 tot 10481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9440e9f210c5b08b176af0b486ba2084367da2e50c8da6a7fe85ee169b3e9053 | shasum -a 256