Citaat | Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 40 Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6225.
4.7. De tweede klacht komt erop neer dat de wetgever in de art. 148-151 Sr een uitputtende regeling heeft gegeven van strafbare handelingen met betrekking tot lijken en dat het niet mogelijk is andere gedragingen ten onzichte van lijken langs de weg van art. 141 Sr binnen de sfeer van het strafrecht te brengen. Ook deze klacht faalt. De omstandigheid dat de wetgever een aantal concrete handelingen met betrekking tot lijken strafbaar heeft gesteld, staat er niet aan in de weg dat openlijke geweldpleging met verenigde krachten tegen een lijk, zoals in het onderhavige geval, waardoor de openbare orde wordt geschonden op grond van art. 141 kan worden bestraft. Anders dan het middel stelt, biedt de wetsgeschiedenis geen steun voor de daarin verdedigde opvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9440e9f210c5b08b176af0b486ba2084367da2e50c8da6a7fe85ee169b3e9053. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9440e9f210c5b08b176af0b486ba2084367da2e50c8da6a7fe85ee169b3e9053, en de alinea staat in dat document op bytes 13793 tot 14573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9440e9f210c5b08b176af0b486ba2084367da2e50c8da6a7fe85ee169b3e9053 | shasum -a 256