Citaat | Hoge Raad 15 januari 2002
Alinea 29 Hoge Raad 15 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6228.
3.4.2. Tegen die achtergrond moeten de overwegingen van het Hof aldus worden verstaan dat het daarin, zij het in minder gelukkige bewoordingen, met de zinsnede "nog daargelaten de deskundigheid van de getuige" - waarbij het Hof kennelijk het oog heeft op de aard van de gestelde deskundigheid - in de eerste plaats als zijn oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat, uitgaande van de gestelde deskundigheid van mr. Steijnen op het aangegeven gebied, het verzoek niet voor toewijzing vatbaar is omdat de kennelijk door de verdediging beoogde, op die specifieke deskundigheid gebaseerde, juridische voorlichting niet relevant kan zijn voor enige in deze zaak te nemen beslissing. Aldus heeft het Hof de juiste maatstaf toegepast. Dat oordeel is voorts, gelet op hetgeen hiervoor onder 3.4.1 is overwogen en op de aard van de gestelde deskundigheid en het aan de verdachte verweten feit, niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet verder worden
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/489cf53e30509cea0e3b53190df301b96557ddcd0d3eb7986c90eefdff99ee8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 489cf53e30509cea0e3b53190df301b96557ddcd0d3eb7986c90eefdff99ee8b, en de alinea staat in dat document op bytes 9131 tot 10089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/489cf53e30509cea0e3b53190df301b96557ddcd0d3eb7986c90eefdff99ee8b | shasum -a 256