Citaat | Hoge Raad 8 januari 2002
Alinea 30 Hoge Raad 8 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6248.
begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf passend, voor de duur als bepaald in de hierna te dien aanzien te vermelden beslissingen. Ten aanzien van deze strafoplegging is het hof van oordeel dat, in het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, deels kan worden volstaan met een voorwaardelijke veroordeling, als hierna te vermelden. Gelet op de ter terechtzitting naar voren gekomen persoonlijke omstandigheden van verdachte zal het hof voorts in plaats van het overwogen onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte opleggen, als hierna nader te omschrijven. Verdachte heeft ter terechtzitting een daartoe strekkend aanbod gedaan en heeft met de op te leggen onbetaalde arbeid en met het door het hof te bepalen aantal uren ingestemd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e953b7ec4ad7c452a69607587107d9f4adbfed22dd0648f70206aae714d4c280. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e953b7ec4ad7c452a69607587107d9f4adbfed22dd0648f70206aae714d4c280, en de alinea staat in dat document op bytes 9256 tot 10206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e953b7ec4ad7c452a69607587107d9f4adbfed22dd0648f70206aae714d4c280 | shasum -a 256