Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 58 Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6981.

In het oorspronkelijk ontwerp van de verordening was voorzien in opneming in het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen van art. 438a. Met die voorgestelde bepaling - in titel XXXI (Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen) - werd beoogd te komen "tot een nog verdergaande versterking van de afschrikwekkende werking van gevangenisstraffen" door de introductie van "echte minimum gevangenisstraffen" ten aanzien van sommige zeer zware misdrijven in geval van recidive. Bij dat oorspronkelijk voorgestelde art. 438a waren de daarin genoemde minimumstraffen (ten minste een vierde deel van de op de desbetreffende delicten gestelde maximumstraffen) ook voorzien in geval van schuldigverklaring wegens het begaan van een misdrijf genoemd in art. 325, eerste lid, en art. 330, eerste lid, SrNA.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 16943 tot 17790.