Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 64 Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6981.
Bij schuldigverklaring wegens het begaan van een misdrijf genoemd in de art. 325 en 330 is de duur van de op te leggen tijdelijke gevangenisstraf ten minste de helft van de in die artikelen onderscheidenlijk bepaalde maximumstraffen, indien tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van een der in de art. 325 en 330, art. 11a, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930, art. 11a, eerste lid, van de Wapenverordening 1931 dan wel art. 11e, eerste lid, van de Opiumlandsver-ordening 1960 genoemde misdrijven uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan, of indien tijdens het begaan van het misdrijf het recht tot uitvoering van die gevangenisstraf nog niet is verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 19640 tot 20424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f | shasum -a 256