Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 68 Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6981.

c. dat op grond van art. 438b, eerste lid, de op te leggen gevangenisstraf steeds - dus in elk geval - ten minste 12 jaren beloopt indien tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van een der in de art. 325 en 330, art. 11a, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930, art. 11a, eerste lid, van de Wapenverordening 1931 dan wel art. 11e, eerste lid, van de Opiumlandsverordening 1960 genoemde misdrijven uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan, of indien tijdens het begaan van het misdrijf het recht tot uitvoering van die gevangenisstraf nog niet is verjaard, een en ander behoudens wanneer hetzij de verdachte ten tijde van het eindvonnis in eerste aanleg de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, hetzij de oplegging van deze minimumstraf evident onevenredig zou zijn in de zin van art. 11, derde lid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 21239 tot 22168.