Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 69 Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6981.
4.11. In art. 7 EVRM ligt onder meer besloten dat de burger moet kunnen weten ter zake van welke gedragingen hij kan worden gestraft en welke straf dan kan worden opgelegd, zodat van de wetgever mag worden verlangd dat hij met het oog daarop op een zo duidelijk mogelijk wijze delicten omschrijft en dat hij de daartegen bedreigde straf(fen) zo nauwkeurig mogelijk bepaalt. Het hiervoor onder 4.10 bedoelde stelsel strookt hiermee.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 22206 tot 22650.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d284e363f8c2ea6981c62e8983b37f1d51da1849f45ec8c4cb771b4293f65b6f | shasum -a 256