Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 27 Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6989.
3.2.4. Op grond van het zesde lid van art. 588 (oud) Sv diende naast de verzending door het openbaar ministerie van het afschrift van de dagvaarding aan een verdachte van wie een woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, een betekening van die dagvaarding aan de griffier plaats te vinden. Op de griffier rustte ingevolge het vijfde lid verder de verplichting om zodra alsnog een adres in Nederland bekend werd, het hem uitgereikte stuk daarheen te verzenden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e658ef364d5a1fab33ae887bd246de1588268b441cf38fb1423380d0b296ce9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e658ef364d5a1fab33ae887bd246de1588268b441cf38fb1423380d0b296ce9f, en de alinea staat in dat document op bytes 8624 tot 9107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e658ef364d5a1fab33ae887bd246de1588268b441cf38fb1423380d0b296ce9f | shasum -a 256