Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 33 Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6993.
3.5. Het Hof heeft door de verdachte te veroordelen tot betaling aan de bank van een deel van de door deze ingestelde vordering tot schadevergoeding klaarblijkelijk geoordeeld dat het bewezenverklaarde medeplegen van opzetheling en het in de bewezenverklaring bedoelde misdrijf in zodanig nauw verband staan tot elkaar dat de bank door die opzetheling rechtstreeks schade heeft geleden. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat het Hof in de bewijsvoering - zoals hiervoor onder 3.2 is samengevat - heeft vastgesteld dat de verdachte, voor een in het vooruitzicht gestelde beloning van ƒ 3.000,--, zijn bankpas en zijn pincode aan de illegaal in Nederland verblijvende [betrokkene A], die geen bankrekening en geen sofinummer had, heeft gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68e9de2546b250e1fc5a847faf27f2cb0a84e7a4f6ea60bd97e28b5ef72758ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68e9de2546b250e1fc5a847faf27f2cb0a84e7a4f6ea60bd97e28b5ef72758ab, en de alinea staat in dat document op bytes 10447 tot 11255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68e9de2546b250e1fc5a847faf27f2cb0a84e7a4f6ea60bd97e28b5ef72758ab | shasum -a 256