Citaat | Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 11 Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7004.
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 24 maart 1997 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven, en 2. "opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven, alsmede feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete van éénmiljoen gulden, subsidiair 180 dagen hechtenis, alsmede tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 240 uren, in plaats van zes maanden gevangenisstraf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad72d54c9a1d5b04aa9c026e9d80375a98bc1430443eedf3303c01d2c6711771. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad72d54c9a1d5b04aa9c026e9d80375a98bc1430443eedf3303c01d2c6711771, en de alinea staat in dat document op bytes 4632 tot 5723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad72d54c9a1d5b04aa9c026e9d80375a98bc1430443eedf3303c01d2c6711771 | shasum -a 256