Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 21 Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7011.
3.3. Daarbij verdient opmerking dat art. 421, vierde lid, Sv, in het Wetboek gevoegd bij de wet van 23 december 1992, Stb. 1993, 29, voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie appèl heeft ingesteld. De huidige wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appèlrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. Het al dan niet openstellen van zo een beroep in cassatie door een benadeelde partij valt buiten de rechtsvormende taak van de Hoge Raad. Gelet daarop kan niet worden aanvaard dat het openbaar ministerie cassatieberoep zou kunnen instellen tegen de beslissing van de appèlrechter over de civiele vordering teneinde hetzij zelf, hoewel geen partij, daarover te klagen hetzij de benadeelde partij de gelegenheid te bieden daartegen op de voet van art. 437, derde lid, Sv cassatiemiddelen in te dienen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16e325ebf72cb82999b059d3d602ac294d5d7626fb3a36cdb8674fb46fca6863. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16e325ebf72cb82999b059d3d602ac294d5d7626fb3a36cdb8674fb46fca6863, en de alinea staat in dat document op bytes 7786 tot 8960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16e325ebf72cb82999b059d3d602ac294d5d7626fb3a36cdb8674fb46fca6863 | shasum -a 256