Citaat | Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 24 Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7321.

Bij tussenarrest van 20 februari 1996 heeft het Hof [verweerder] bewijslevering opgedragen en bij tussenarrest van 21 januari 1997 beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na op 17 april 1997 en 31 oktober 1997 gehouden enquêtes en na een tussenarrest van 7 juli 1998, waarbij de zaak door het Hof naar de rol is verwezen voor een akteverzoek aan de zijde van [verweerder], heeft [verweerder] een vordering bij het Hof ingediend tot veroordeling van [eiseres] tot vergoeding van 75% van onderzoek- en saneringskosten van het onderhavige geval van bodemverontreiniging, nader vast te stellen in een schadestaatprocedure. Vervolgens heeft het Hof bij tussenarrest van 9 maart 1999 een comparitie van partijen gelast en bij eindarrest van 9 november 1999 het vonnis van de Rechtbank te Almelo van 28 september 1994 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van een bedrag van ƒ 257.835,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 1999, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1, en de alinea staat in dat document op bytes 6546 tot 7601.