Citaat | Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 42 Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7321.

Bij tussenarrest van 7 juli 1998 heeft het Hof beide partijen geslaagd geacht in het hun opgedragen bewijs (rov. 2.10). Het Hof heeft in dit arrest voorts de primaire vordering van [verweerder] wegens wanprestatie afgewezen omdat uit getuigenverklaringen blijkt dat het risico van bodemvervuiling aan beide partijen is ontgaan, althans dat geen van beide partijen dit onderwerp uitdrukkelijk ter sprake heeft gebracht, en de koper in 1986 zonder andersluidende informatie van de verkoper niet ervan mocht uitgaan dat het ontbreken van bodemverontreiniging (impliciet of stilzwijgend) contractueel was bedongen (rov. 2.11). Het Hof heeft eveneens de op bedrog gebaseerde vordering van [verweerder] afgewezen, aangezien voor de toewijzing van deze vordering onvoldoende feiten zijn gesteld (rov. 2.12). Het Hof heeft ten slotte in rov. 2.13 geoordeeld dat sprake is van wederzijdse dwaling van [eiseres] en [verweerder], nu beide partijen zijn uitgegaan van dezelfde onjuiste veronderstelling, namelijk dat de grond bij het bedrijfspand niet was verontreinigd. Het Hof vervolgt in rov. 2.13:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1, en de alinea staat in dat document op bytes 13495 tot 14597.