Citaat | Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 43 Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7321.
"In de gegeven omstandigheden speelt een belangrijke rol dat beide partijen de mogelijkheid van verontreiniging onder ogen hadden kunnen zien, maar dat niet hebben gedaan. Daarin vindt het hof voorshands reden aan te nemen dat de dwaling niet voor rekening van de koper behoort te blijven. Anderzijds zou het evenzeer tot een onredelijk resultaat leiden daaruit de gevolgtrekking te laten voortvloeien dat de dwaling geheel voor rekening van de verkoper komt. Dan zou de koper onbillijk worden bevoordeeld. Op de voet van het bepaalde in de artikelen 3:53, 6:230 lid 2, 6:248 en 6:258 BW - welke bepalingen beginselen inhouden die ook in een geval als het onderhavige tot gelding kunnen komen (HR 28 november 1997, RvdW 1997, 241) - behoort de overeenkomst tussen partijen in dier voege aangepast te worden dat de nadelige gevolgen van de bodemverontreiniging voor rekening komen van beide partijen, zij het in een nader te bepalen verhouding. De stellingen en vorderingen van [verweerder] impliceren dat hij een dergelijke vorm van schadevergoeding - zij het niet als eerste keus - wenst. Nu het processueel debat daarover niet is gevoerd zal het hof beide partijen de gelegenheid geven zich over een en ander uit te laten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1, en de alinea staat in dat document op bytes 14605 tot 15843.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1 | shasum -a 256