Citaat | Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 51 Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7321.

Het Hof heeft in rov. 2.13 van het arrest van 7 juli 1998 kennelijk geoordeeld, dat voldoende aannemelijk is dat de bodemverontreiniging dusdanig ernstig was en de sanering zo duur, dat als partijen bij het sluiten van de koopovereenkomst daarvan op de hoogte waren geweest, zij deze niet of op andere voorwaarden zouden hebben gesloten. Het Hof heeft bij dit oordeel geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en voorts zijn oordeel gebaseerd op afwegingen en waarderingen welke zijn voorbehouden aan het Hof als rechter die over de feiten oordeelt. Dit oordeel is in het licht van de stukken van het geding en het daaruit blijkende debat van partijen niet onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f89e8d8486a43a33392ba3e1486530e6152c4b6b8c677ace0badb4af98106f1, en de alinea staat in dat document op bytes 20861 tot 21615.