Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002
Alinea 27 Hoge Raad 15 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7341.
3.1 In 1993 en 1994 hebben partijen huurkoopovereenkomsten gesloten op grond waarvan [eiser] maandelijks termijnbetalingen aan Kijk en Luister diende te doen. De onder 1 vermelde vordering van Kijk en Luister betreft het totaal van de volgens haar openstaande termijnen met boete en rente. Het verweer van [eiser] tegen deze vordering komt erop neer dat hij (contant) meer aan Kijk en Luister heeft betaald dan deze stelt. In het tussenvonnis van 26 mei 1999 heeft de Rechtbank [eiser] ter zake bewijs opgedragen, na te hebben overwogen dat de kantonrechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen maar dat zij de zaak ingevolge art. 157 (oud) Rv. aan zich houdt nu [eiser] de exceptie van onbevoegdheid niet heeft voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524, en de alinea staat in dat document op bytes 7479 tot 8224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524 | shasum -a 256