Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002
Alinea 29 Hoge Raad 15 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7341.
3.3 Het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 november 1999 houdt onder meer het volgende in. Verschenen zijn de advocaten van beide partijen, maar niet de door de advocaat van [eiser] aangekondigde vijf getuigen, onder wie [eiser], zijn echtgenote en zijn zoon. De advocaat van [eiser] verklaart dat hij - nadat [eiser] hem tijdens een eerder contact om uitstel had verzocht omdat de twee andere getuigen zich in Turkije zouden bevinden maar de wederpartij zich tegen uitstel had verzet - [eiser] telefonisch heeft laten berichten dat hij met zijn echtgenote en zoon had te verschijnen, dat het hem niet bekend is waarom zij niet zijn verschenen, en dat hij in de gelegenheid wil worden gesteld zich uit te laten over de reden van hun afwezigheid. In overleg met partijen heeft de Rechtbank de zaak daartoe naar de rol verwezen, waarbij zij heeft bepaald dat, indien [eiser] bij akte het verzoek zou doen om alsnog getuigen te laten horen, op dat verzoek bij vonnis zou worden beslist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524, en de alinea staat in dat document op bytes 8746 tot 9750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524 | shasum -a 256