Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 30 Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7341.

In zijn akte ter rolle van 8 december 1999 heeft [eiser] verzocht hem in de gelegenheid te stellen alsnog de opgegeven getuigen te doen horen. Daarbij heeft hij aangevoerd dat hij op 25 november 1999 afwezig was omdat hij zich had verslapen als gevolg van de werking van kalmerende medicijnen en dat twee getuigen zich op die dag bij familie in Turkije bevonden in verband met de recente aardbevingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524, en de alinea staat in dat document op bytes 9758 tot 10172.