Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002
Alinea 31 Hoge Raad 15 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7341.
3.4 Volgens middel 1 heeft de Rechtbank de artikelen 197 en 204 (oud) Rv. geschonden. Nu de aangezegde getuigen niet waren verschenen en [eiser] verzocht die alsnog te laten horen, had de Rechtbank overeenkomstig art. 197 een nieuwe dag voor getuigenverhoor behoren te bepalen. [Eiser] had recht op een nieuwe termijn, aldus het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524, en de alinea staat in dat document op bytes 10210 tot 10559.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524 | shasum -a 256