Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 35 Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7341.

Wat het niet-verschijnen van [eiser] bij de (eerder gehouden) comparitie van partijen betreft, heeft [eiser] blijkens het vonnis aangevoerd dat hij de oproep daarvoor niet had ontvangen. Nu de Rechtbank de juistheid van die verklaring voor het niet-verschijnen van [eiser] in het midden heeft gelaten, moet daarvan in cassatie worden uitgegaan. Wat de belangen van Kijk en Luister betreft, houdt het vonnis niet in op welke belangen de Rechtbank hier doelt, terwijl dat ook niet zonder meer duidelijk is; Kijk en Luister heeft zich niet over het verzoek van [eiser] uitgelaten. De beide in de aangehaalde overweging door de Rechtbank vermelde omstandigheden kunnen dan ook niet dienen tot motivering van haar beslissing, zodat onderdeel 2c, dat daarover klaagt, terecht is aangevoerd. De onderdelen 2a en 2b behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6dc800b7159284ab8916e9fca18b43d9b38ecc3853d0fc72ba6ebfc4dfcf524, en de alinea staat in dat document op bytes 12005 tot 12853.