Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 41 Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7342.
3.3.2 Deze omstandigheden kunnen als volgt worden samengevat. In de eerste plaats vindt [verweerder] weliswaar volgens art. 6.1.6 van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden formeel in zijn salaris een vergoeding voor gemis aan octrooi, maar deze voorwaarden zijn van toepassing op al het personeel van TNO, dus ook op personeelsleden waarvan uit hoofde van hun functie niet verwacht kan worden dat zij een octrooieerbare vinding zullen doen. In de tweede plaats was het doen van onderzoek niet de taak van [verweerder] als afdelingshoofd en vloeide het doen van uitvindingen niet uit zijn functie voort. In de derde plaats volgde het salaris van [verweerder] uit de senioriteit en zijn functie als manager; hij heeft niet meer salaris ontvangen dan andere afdelingshoofden in zijn functiegroep die geen uitvindingen hebben gedaan. Naar het oordeel van de Rechtbank heeft TNO de desbetreffende stellingen van [verweerder] niet weerlegd en volgt uit de stellingen van TNO onvoldoende dat één van de componenten voor het bepalen van de hoogte van het overeengekomen salaris van [verweerder] gemis aan octrooi is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb, en de alinea staat in dat document op bytes 11090 tot 12211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb | shasum -a 256