Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 47 Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7342.

3.9 Onderdeel 5 bestrijdt het oordeel van de Rechtbank in rov. 6.3 dat [verweerder] onbetwist heeft gesteld dat de Kantonrechter bewust de beide procedures naast elkaar heeft willen behandelen en geen gevoegde behandeling voorstond. Het oordeel van de Rechtbank berust echter op de aan haar als feitenrechter voorbehouden uitleg van de standpunten van partijen en is, anders dan het onderdeel aanvoert, niet onbegrijpelijk. Dat TNO de stelling van [verweerder] uitdrukkelijk zou hebben betwist, heeft zij immers niet aangevoerd, terwijl noch de stukken van het geding noch de omstandigheden die zij tot onderbouwing van haar klacht noemt, dwingen tot de conclusie dat zij bedoelde die stelling te betwisten. TNO wijst op haar in hoger beroep bij de Rechtbank aangevoerde stelling dat zij in de ontbindingsprocedure het aspect van de uitvindingen onder de aandacht van de kantonrechter had gebracht, en op de omstandigheden dat deze (vervolgens) zonder enig voorbehoud de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden en in de onderhavige procedure heeft geoordeeld dat de bij de ontbinding toegekende vergoeding geacht moet worden alle aanspraken ter zake van het einde van de arbeidsovereenkomst te omvatten nu geen voorbehoud is gemaakt. Het valt echter niet in te zien waarom bedoelde stelling, indien juist, en voormelde omstandigheden onverenigbaar zouden zijn met de door de Rechtbank als onbetwist aanvaarde stelling van [verweerder]. Het onderdeel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb, en de alinea staat in dat document op bytes 16309 tot 17783.