Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 48 Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7342.

3.10 Volgens onderdeel 6 geeft het oordeel van de Rechtbank bovendien blijk van een onjuiste rechtsopvatting omdat er, gelet op het ontbreken van enig voorbehoud in de ontbindingsbeschikking en [verweerders] stelling dat zijn vordering uit hoofde van art. 10 lid 2 Row samenhangt met het vroegtijdig einde van het dienstverband, geen ruimte was deze vordering in een rolprocedure aan de orde te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb, en de alinea staat in dat document op bytes 17803 tot 18219.