Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 51 Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7342.

3.12 Primair heeft de vordering van [verweerder] betrekking op de periode vóór de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en houdt zij geen verband met die beëindiging of de gevolgen daarvan. Alleen heeft [verweerder] tegenover het verweer van TNO dat de vergoeding voor het gemis aan octrooi is begrepen in het overeengekomen loon, gewezen op het vroegtijdige einde van zijn dienstverband, ten gevolge waarvan hij (ook) langs die weg geen vergoeding voor het gemis aan octrooi zou vinden. Voorts is, mede gelet op het hiervoor in 3.9 overwogene, het oordeel van de Rechtbank dat de vergoeding wegens gemis aan octrooi niet is begrepen in de door de kantonrechter toegekende ontbindingsvergoeding, niet onbegrijpelijk. Dit een en ander in aanmerking genomen leidt het in 3.11 overwogene tot de slotsom dat ook onderdeel 6 faalt. Aan de ontvankelijkheid van de onderhavige vordering staat niet in de weg dat de kantonrechter bij de vaststelling van een vergoeding in het kader van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen voorbehoud heeft gemaakt voor een vergoeding inzake (gemis aan octrooi voor) de uitvindingen van [verweerder] waarover het in dit geding gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edfb43e71d2390818477a56d6da86acc5224bcfe21f52b3f5ad3897f09875eb, en de alinea staat in dat document op bytes 20322 tot 21506.