Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 49 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7343.

3.2 In het onderhavige geding heeft [verweerder] de in het vorenstaande onder 1 vermelde vorderingen ingesteld. [Eiser] c.s. hebben zich tegen die vorderingen verweerd en zich beroepen op een aan de huurster toekomend opschortingsrecht. Daartoe hebben zij gesteld dat [verweerder], ondanks zijn daartoe strekkende verplichting en zijn toezegging aan [eiser] c.s., niet is overgegaan tot een zodanig herstel van de brandschade dat de huurster het pand weer volledig kan gebruiken (met inbegrip van het verrichten van spuitwerkzaamheden). In reconventie hebben zij gevorderd hetgeen aldaar is vermeld. De Kantonrechter heeft de vorderingen in conventie toegewezen en de vorderingen in reconventie afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff7e7df000791ac92ef8081b33d4afba63d519ac24aac8488afcf0d6e918426e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff7e7df000791ac92ef8081b33d4afba63d519ac24aac8488afcf0d6e918426e, en de alinea staat in dat document op bytes 10926 tot 11645.