Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 56 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7343.

3.7 Onderdeel 4 klaagt dat de Rechtbank zonder inhoudelijke motivering is voorbijgegaan aan de door [eiser] c.s. in de memorie van grieven onder V op blz. 11 en in grief IV onder het aanbieden van getuigenbewijs gemaakte bezwaren tegen het oordeel van de Kantonrechter over de reikwijdte van de verplichting van [eiser] c.s. tot het terugbrengen van het verhuurde in de oorspronkelijke, althans in een goede staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff7e7df000791ac92ef8081b33d4afba63d519ac24aac8488afcf0d6e918426e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff7e7df000791ac92ef8081b33d4afba63d519ac24aac8488afcf0d6e918426e, en de alinea staat in dat document op bytes 14915 tot 15342.