Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 31 Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7372.

Het voorschrift van art. 1 lid 1 RvNA, inhoudende dat de deurwaarder afschrift van het exploit laat aan de woonplaats van de geëxploiteerde, beoogt kennelijk te bewerkstelligen dat het exploit in handen wordt gegeven van een persoon van wie verwacht mag worden dat hij het exploit snel kan en ook zal doen toekomen aan degene voor wie het bestemd is. Gelet op de stelling van [eiseres] dat haar tante, [betrokkene A], aan wie het beslag-exploit is gedaan, over de sleutel van het huis van [eiseres] beschikte en op regelmatige basis in het huis van [eiseres] vertoefde, kan [betrokkene A] als een persoon als hiervoor bedoeld worden aangemerkt. Mevrouw Tjong Ayong is dan ook gedurende de regelmatige periodes dat zij in de woning van [eiseres] verbleef c.q. verblijft, te beschouwen als huisgenoot van [eiseres] in de zin van de wet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f36b489b2e5f93fe4875689656a7e28a281528061409977fac7f0e462c1656aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f36b489b2e5f93fe4875689656a7e28a281528061409977fac7f0e462c1656aa, en de alinea staat in dat document op bytes 7178 tot 8026.