Citaat | Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 41 Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7381.

3.3.1 In rov. 5.16 van het tussenvonnis van 18 augustus 1999 heeft de Rechtbank de stelling van [eiser] verworpen dat de door [verweerster] gevolgde wijze van correctie van de urenverantwoordingsstaten, waarbij deze onder meer op basis van de ervaringen met andere chauffeurs de omvang van zijn werkzaamheden heeft geschat, is aan te merken als een normeringsregeling in de zin van art. 23 lid 3 van de CAO. Daartoe heeft de Rechtbank overwogen dat [verweerster] de door [eiser] ingevulde urenverantwoordingsstaten niet alleen heeft gecontroleerd aan de hand van de ervaringsgegevens, maar ook van de tachograafschijven, en dat, wil er sprake zijn van een normeringsregeling, toepassing van de regeling niet beperkt dient te blijven tot individuele gevallen. Onderdeel 1 bestrijdt dit oordeel met rechts- en motiveringsklachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3113b22dc1df80d58b256f839ae6ab7001b8579b9eefef6a1974be1f40955a86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3113b22dc1df80d58b256f839ae6ab7001b8579b9eefef6a1974be1f40955a86, en de alinea staat in dat document op bytes 9807 tot 10648.