Citaat | Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 48 Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7381.

3.4.2 Onderdeel 2a betoogt terecht dat de Rechtbank, aldus oordelend, een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Voor het buiten toepassing laten van de regels die tussen partijen gelden krachtens de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst en voor het afwijken van het uitgangspunt dat het beding slechts deel van hun rechtsverhouding uitmaakt indien het - al dan niet krachtens de CAO - tussen hen is overeengekomen, bestaat immers niet reeds grond wanneer het beroep van [eiser] op ongeldigheid van het beding in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Daarvoor is nodig dat dat beroep in de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3113b22dc1df80d58b256f839ae6ab7001b8579b9eefef6a1974be1f40955a86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3113b22dc1df80d58b256f839ae6ab7001b8579b9eefef6a1974be1f40955a86, en de alinea staat in dat document op bytes 15679 tot 16384.