Citaat | Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 46 Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7384.

3.4 Met zijn oordeel in rov. 4.4.1 dat de Notitie aan de vergunningverlening niet de voorwaarde stelt dat al metterdaad investeringen zouden moeten worden gedaan, waarbij het Hof klaarblijkelijk mede doelt op investeringen met het oog op de periode na 1 januari 1992, heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat in de Notitie ervan wordt uitgegaan dat voor het verkrijgen of behouden van een vergunning voor de periode na 1 januari 1992 het vóór die tijd doen van investeringen niet vereist was. Dit oordeel is zonder nadere motivering, welke ontbreekt, niet begrijpelijk in het licht van het oordeel van het Hof in rov. 4.3 dat [eiseres] uit de Notitie en de daarop gevolgde brief van 4 april 1990 mocht begrijpen dat zij, wilde zij zeker zijn van een vergunning na 1 januari 1992, vóór 1 juli 1990 een plan moest indienen, waaruit bleek dat zij garanties kon geven dat "op de middellange termijn de hoogste graad van hergebruik wordt bereikt en de emissie naar lucht water en bodem als gevolg van de verwerking van reststoffen tot een minimum wordt beperkt", gelezen in samenhang met de in onderdeel B.2.2 geciteerde passages uit de Notitie. Dit onderdeel slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5691a72f62729d33b8786a4f3c3770d66796d51148ccd8e1a9f736bbb39d1b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5691a72f62729d33b8786a4f3c3770d66796d51148ccd8e1a9f736bbb39d1b27, en de alinea staat in dat document op bytes 13024 tot 14216.