Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 20 Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7695.
3.2. Belanghebbende heeft per 31 december 1994 zijn aandeel in de maatschap A overgedragen aan een B.V. waarvan hij middellijk de enige aandeelhouder is, C BV (hierna: de BV). De schulden aan B zijn niet door de BV overgenomen, maar bij belanghebbende achtergebleven. Als tegenprestatie voor de overdracht van het maatschapsaandeel verkreeg belanghebbende jegens de BV een recht op een uitgestelde lijfrente, een winstrecht, alsmede een vordering in rekening-courant, met een gezamenlijke waarde van f 1.748.079. De schulden aan B bedroegen op 31 december 1994 echter in totaal nog steeds f 2.200.000, zodat een tekort ontstond van f 451.921, hierna te noemen "het gat".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243, en de alinea staat in dat document op bytes 7028 tot 7712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243 | shasum -a 256