Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 29 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7695.

4.2. Voorzover de middelen betogen dat het Hof het bedoelde gedeelte van de totale schuld ten onrechte niet heeft toegerekend aan de bij de inbreng verkregen vermogensbestanddelen, falen zij eveneens. Indien bij inbreng van een onderneming in een besloten vennootschap schulden van deze onderneming niet worden ingebracht, kunnen deze worden toegerekend aan de bij de inbreng verkregen vermogensbestanddelen, doch niet tot een hoger bedrag dan de verkrijgingsprijs van de desbetreffende vermogensbestanddelen. Niet kan worden gezegd immers dat deze vermogensbestanddelen voor een groter bedrag met een lening zijn gefinancierd dan tot het bedrag van de verkrijgingsprijs. Voor het als "gat" aangeduide gedeelte van de totale schuld was daardoor toerekening in vorenstaande zin niet mogelijk. De uitspraak van het Hof is derhalve in zoverre juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243, en de alinea staat in dat document op bytes 9681 tot 10569.