Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 31 Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7695.
4.4. De onderhavige levensverzekeringen leveren in beginsel in de toekomst belastbare inkomsten op in de vorm van rente begrepen in de verzekerde kapitaalsuitkering(en). Daarmee is gegeven dat de financieringskosten voor deze verzekeringen, zoals in het algemeen geldt voor de financieringskosten van vermogensbestanddelen die belastbare inkomsten kunnen opleveren, moeten worden aangemerkt als kosten ter verwerving van (toekomstige) inkomsten. De mogelijkheid dat bij expiratie van de polissen zal blijken dat aan de wettelijke vereisten voor gehele of gedeeltelijke vrijstelling is voldaan, ontneemt aan die kosten dit karakter niet. Eerst vanaf het moment dat komt vast te staan dat inderdaad een vrijstelling van toepassing is, behoren de financieringskosten niet meer tot de aftrekbare kosten. De stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat in het onderhavige jaar niet vaststond dat de uitkeringen uit de levensverzekeringen onder een vrijstelling zouden vallen. Hieruit volgt dat de rente, voor zover toerekenbaar aan de uit de geleende bedragen betaalde premies, moet worden gerekend tot de aftrekbare kosten, drukkend op de toekomstige inkomsten. Deze rente valt derhalve onder artikel 35 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243, en de alinea staat in dat document op bytes 10887 tot 12164.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a96fd82dabfb392b4f9c66fc25ee66d2dddb13ff9bc1ed9426a1a97bf6eb8243 | shasum -a 256