Citaat | Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 27 Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7773.

3.2. Onderdeel a van het cassatiemiddel bestrijdt het oordeel van het Hof dat er geen grond is voor het in aanmerking nemen van een door belanghebbende te passiveren verplichting ter zake van toekomstige bijdragen door haar aan de Stichting of rechtstreeks te betalen voor personeel dat per balansdatum reeds vervroegd was uitgetreden. Het Hof heeft dit oordeel doen steunen op de vaststellingen, kort gezegd: dat de financiering van de onderhavige VUT-regeling geschiedt op omslagbasis waarbij op individuele werkgevers als belanghebbende geen andere verplichting rust dan de voldoening van een jaarlijkse loonsombijdrage aan de Stichting; dat er geen kans is dat eventuele tekorten van de Stichting in enig jaar leiden tot naheffingen over dat jaar bij de werkgevers, zodat alle voor het onderhavige boekjaar uit de CAO voortvloeiende verplichtingen volledig opgaan in de betaling van voormelde loonsombijdrage; dat niet aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende aansprakelijk was voor het dekkingstekort van de Stichting en dat op belanghebbende per 31 december 1997 ter zake van de VUT-regeling enige andere rechtens afdwingbare verplichting rustte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57594a7512ed112b2552a4568fe6e7cd5fdb70bad0a6a08754c1182dd2258d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57594a7512ed112b2552a4568fe6e7cd5fdb70bad0a6a08754c1182dd2258d63, en de alinea staat in dat document op bytes 10171 tot 11337.