Citaat | Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 21 Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7805.
3.3. Het middel faalt, reeds omdat het miskent dat - anders dan ingevolge art. 511f Sv ten aanzien van de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel het geval is - geen wetsbepaling voorschrijft dat het oordeel van de rechter dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene soortgelijke feiten heeft begaan (in de zin van art. 36e, tweede lid, Sr) slechts kan worden ontleend aan dan wel dient te berusten op de inhoud van wettige bewijsmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d99e8c84d161dfc45d9ff3b6773674a1638562d31c1265175f347b2dd2f319d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d99e8c84d161dfc45d9ff3b6773674a1638562d31c1265175f347b2dd2f319d, en de alinea staat in dat document op bytes 7255 tot 7744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d99e8c84d161dfc45d9ff3b6773674a1638562d31c1265175f347b2dd2f319d | shasum -a 256