Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 37 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8170.

3.2 De Staat heeft in eerste aanleg gevorderd KMT en de bank hoofdelijk te veroordelen tot betaling van ƒ 1.706.732,60 als door hem geleden schade in verband met de noodzakelijke kosten van opsporing en berging van de container met trichloorphon; bij conclusie van repliek, genomen op 14 september 1994, vorderde de Staat tevens vanwaardeverklaring van het door hem op de Danah gelegde conservatoire (vreemdelingen)beslag. In cassatie is, voorzover het gaat om de vordering tegen KMT, nog slechts aan de orde de subsidiaire grondslag daarvan, te weten dat op KMT, als reder en centraal aansprakelijke figuur in het zeerecht, de plicht rustte de container met trichloorphon te verwijderen op grond van art. 1401 (oud) BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116, en de alinea staat in dat document op bytes 9491 tot 10228.