Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 39 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8170.

3.3 In hoger beroep heeft het Hof de grieven I en IV van de Staat, onderscheidenlijk betrekking hebbend op de verwerping van de subsidiaire grondslag van de tegen KMT gerichte vordering en op het oordeel dat de vordering tegen de bank zou worden afgewezen, verworpen. Evenals de Rechtbank oordeelde het Hof a) dat KMT in de hoedanigheid van reder/vervoerder niet aansprakelijk was voor de door de Staat gemaakte kosten van opsporing en berging en b) dat de door de bank verstrekte bankgarantie vervallen is nu de vordering tot vanwaardeverklaring niet binnen de verlengde termijn maar eerst bij repliek is ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116, en de alinea staat in dat document op bytes 11106 tot 11736.