Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002
Alinea 45 Hoge Raad 8 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8170.
3.5.2 In het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 1981, nr. 11840, NJ 1983, 778, is de regel geformuleerd, dat het voorschrift van art. 770 lid 1 (oud) Rv., inhoudende dat ten minste de vordering tot vanwaardeverklaring binnen acht dagen na de beslaglegging moet worden ingesteld, ook geldt wanneer een vreemdelingenbeslag op grond van een overeenkomst tussen de schuldeiser en diens schuldenaar door zekerheid is vervangen, zij het dat niet-inachtneming van dat voorschrift dan leidt tot verval van rechtswege van de gestelde zekerheid. In de klachten II (i) tot en met II (v) wordt vanuit verschillende invalshoeken betoogd dat deze regel hier toepassing mist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116, en de alinea staat in dat document op bytes 14090 tot 14767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4675289737a943bf10dffd4ee0f4f2b8acffdd2692fa0699dd501bfdec2fd116 | shasum -a 256