Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 36 Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.

3.2 De hiervóór onder 1 vermelde vordering van de maatschap strekt tot betaling van openstaande declaraties ter zake van de door de maatschap verrichte werkzaamheden. [Eiseres] heeft zich daartegen verweerd, stellende dat mr. [B] en diens kantoorgenoot mr. [C] beroepsfouten hebben gemaakt, die de ontbinding van de overeenkomst van opdracht rechtvaardigen. In reconventie heeft zij te dier zake schadevergoeding gevorderd. De Rechtbank heeft de vordering van de maatschap in conventie toegewezen en de reconventionele vordering afgewezen. Het Hof heeft, na twee tussenarresten van 25 november 1998 en van 15 september 1999, bij arrest van 2 februari 2000 met vernietiging van het bestreden vonnis in zoverre, [eiseres] veroordeeld tot betaling van 75% van de gedeclareerde bedragen, en het bestreden vonnis voor het overige bekrachtigd. Het Hof heeft de vermindering van 25% op de declaraties van mr. [B] toegepast wegens door deze gemaakte beroepsfouten, die een gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht rechtvaardigen, maar het heeft geoordeeld dat die fouten geen schade hebben veroorzaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 8955 tot 10081.