Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002
Alinea 44 Hoge Raad 29 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.
3.4.4 De gang van zaken bij het kort geding, dat mr. [B] op 19 januari 1993 heeft gevoerd om de erven [A] te doen bevelen aan de levering van de boerderij aan [eiseres] mee te werken, leverde volgens het Hof geen beroepsfout op. Het Hof oordeelde dat bepaald niet vast staat dat indien de brief van notaris Vrieze van 2 september 1992 tijdig in het geding ter kennis van de president was gebracht, [eiseres] het kort geding zou hebben gewonnen. Voorts heeft [eiseres] welbewust afgezien van het instellen van hoger beroep tegen het kort geding vonnis van 2 februari 1993 (rov. 17-20 van het tussenarrest van 25 november 1998).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 14922 tot 15561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10 | shasum -a 256