Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002
Alinea 46 Hoge Raad 29 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.
3.4.6 Met betrekking tot de vraag of en in hoeverre de geconstateerde beroepsfouten een ontbinding van de overeenkomst van opdracht rechtvaardigen, heeft het Hof geoordeeld dat een algehele ontbinding niet aan de orde is (rov. 25 van het tussenarrest van 25 november 1998 en rov. 28 van het tussenarrest van 15 september 1999). In het arrest van 2 februari 2000 (rov. 7-8) oordeelde het Hof dat [eiseres] niet per onderwerp en per nota gemotiveerd heeft aangegeven in hoeverre mr. [B] wanprestatie heeft gepleegd en/of onjuist heeft gedeclareerd, en in hoeverre de wederzijdse prestaties evenredig dienen te worden verminderd, en dat de door [eiseres] gemaakte schatting niet voldoende is gemotiveerd. Daarom heeft het Hof zelfstandig schattenderwijs een verminderingsmaatstaf van 25% gekozen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 16207 tot 17014.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10 | shasum -a 256