Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 52 Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.

4.1.2 De Rechtbank heeft in haar vonnis (rov. 11) overwogen dat zij het door [eiseres] gestelde omtrent eventuele nevenvorderingen in de ontbindingsprocedure terzijde liet, omdat [eiseres] onvoldoende had gespecificeerd welke nevenvorderingen mr. [B] naar haar mening had moeten instellen en wat daarvan de redelijkerwijs te verwachten voor [eiseres] gunstige gevolgen zouden zijn geweest. In hoger beroep heeft [eiseres] dienaangaande nader gesteld, dat mr. [B] óf als nevenvoorziening in de ontbindingsprocedure óf in een aparte voorlopige voorziening daarna overdracht van het gehele op de gepachte grond rustende melkquotum had kunnen en moeten vragen, nu dit de onbetwiste wens van [eiseres] was en deze wens volledig in de lijn van de jurisprudentie van het pachthof lag (memorie van grieven onder 2.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 20678 tot 21503.