Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002
Alinea 53 Hoge Raad 29 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.
Tegen deze achtergrond en in aanmerking genomen dat onder het destijds geldende regime van de BSH, zoals dat hiervóór in 3.5 is geschetst, het melkquotum bij de rechterlijke ontbinding van de pacht onafhankelijk van de wil van partijen overging op de verpachter, moet 's Hofs rov. 11 aldus worden verstaan dat mr. [B] heeft verzuimd tegen een eerder tijdstip dan 1 november 1992 ontbinding van de pachtovereenkomst te vorderen, waarmee dan ingevolge de toen geldende BSH de overgang van het melkquotum op de verpachter gepaard ging. Voor die overgang van het melkquotum was een afzonderlijke vordering met betrekking tot het melkquotum immers niet nodig. In deze overweging kan, nu in het debat van partijen voor het Hof de mogelijkheid van een nevenvordering tot medewerking door de erven [A] aan de gezamenlijke registratie van de overgang van het quotum niet aan de orde was gesteld, niet worden gelezen dat het Hof een dergelijke nevenvordering op het oog heeft gehad. Overigens zou de noodzaak van het instellen van een dergelijke vordering tot medewerking aan de registratie - anders dan waarvan het onderdeel kennelijk uitgaat - nog niet zonder meer hebben meegebracht dat ook conservatoir beslag op de eigendommen van de erven [A] had moeten worden gelegd. Onderdeel 1.1 kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 21511 tot 22871.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10 | shasum -a 256